Visie

Mobiliteit is onlosmakelijk verbonden met onze samenleving. Mensen verplaatsen zich elke dag over verschillende afstanden en met verschillende motieven. Mobiliteit kan zelfs worden gezien als een graadmeter voor economische groei: meer welvaart betekent meer mobiliteit.

Het beperken van de mobiliteit kan daarom een negatieve weerslag hebben op de economische groei. Bovendien zou dat een beperking van onze grondrechten betekenen. Aan de andere kant is Nederland een klein, dichtbevolkt en welvarend land: kenmerken die het vereisen dat onze mobiliteit in goede banen wordt geleid. Hoe creëren we een evenwicht tussen bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid? TWMA heeft daarvoor een drietrapsraket voor ogen.

De eerste trap bestaat uit het voorkomen van verplaatsingen: het beperken van de mobiliteitsbehoefte. In het verleden is te vaak woningbouw en werkgelegenheid gerealiseerd op relatief grote afstand van elkaar. Daardoor is een mobiliteitsbehoefte gecreëerd die door een slimmere ruimtelijke ordening eenvoudig had kunnen worden voorkomen.

De tweede trap bestaat uit het sturen van de mobiliteit die over blijft. Daarbij kunnen we beschikken over verschillende vervoerswijzen (fiets, openbaar vervoer, auto). Daarnaast kunnen we door een spreiding van de mobiliteit over de verschillende delen van de dag de beschikbare capaciteit van de infrastructuur beter benutten. TWMA is van mening dat de overheid beschikt over een groot scala aan push en pull maatregelen om dit te bewerkstelligen.

De derde en laatste trap bestaat uit het bieden van extra capaciteit waar dat echt noodzakelijk is. Soms gaat het daarbij om fysieke uitbreiding van de capaciteit. Soms ook is nodig om nieuwe infrastructuur aan te leggen. Vaak echter is het mogelijk om met relatief eenvoudige (benuttings)maatregelen extra capaciteit te bieden op de momenten dat daar behoefte aan is.

De bovenstaande drietrapsbenadering bewijst vooral zijn meerwaarde als (te) veel mobiliteit een probleem wordt. Dat zien we voornamelijk bij mobiliteit uit economische overwegingen, zoals het woon-werk verkeer. TWMA erkent echter met nadruk dat mensen ook een verplaatsingsbehoefte hebben vanuit sociaal-maatschappelijke overwegingen.

Zo biedt de regiotaxi aan grote groepen ouderen en minder validen niet alleen een mogelijkheid om van A naar B te reizen, maar zorgt dit vervoer er ook voor dat deze mensen niet in een sociaal isolement terecht komen. Voor kinderen is er het leerlingenvervoer, dat het mogelijk maakt dat elk kind (ondanks ziekte, handicap of gedragsproblemen) passend onderwijs krijgt. TWMA vindt dat deze voorzieningen moeten worden gekoesterd, maar dat kritische vragen over nut, noodzaak en efficiëntie nooit een taboe mogen zijn. Is een kind echt beter af als het elke dag vanuit de geloofsovertuiging van de ouders twee uur in een taxi doorbrengt?